“We noemden onszelf op een gegeven moment dan ook sfeermaakhooligans”
Klim over Biki90
In de tweede helft van de jaren ’00 zorgt Biki90 voor de nodige reuring in Eindhoven. Er worden feestjes georganiseerd en in de graffiti-scene komt de naam voorbij. “Op dit moment is Biki90 niet actief,” vertelt Klim, “maar het doodverklaren durf ik ook weer niet.”
“Biki90 is een samenvoeging van een aantal vriendengroepen”, blikt Klim terug op de begindagen. “De kern bestaat uit René Bakkerus, Jasper van Es, Niels Bakkerus, Eddy Acapulco en mij. Op een gegeven moment kwamen gasten als Daantje en Jorg en we hadden een goeie hookup met de Malle Oene, een graffiti-crew uit Amsterdam en omstreken. Die hoorden er ook een soort van bij. En de vriendinnetjes van.. al was dat nooit helemaal Biki want het bleef toch een soort van mannending. We hebben nooit officieel aangegeven wat Biki was en wat niet, maar in de hoogtijdagen was het zo dat we makkelijk vijftig man op konden trommelen als we een onbenullig feestje gaven, puur op vriendschap en gekkigheid.”
“Aanvankelijk heette het nog geen Biki90. Er was een weblog met vooral domme shit. Meestal sloeg het nergens op. René en Jasper woonden boven de Repelsteel; je kreeg een kijkje in een niet alledaags studentenleven.” Hiphop vormde daar wel een rode draad in: “René was betrokken bij de Repel Hiphop-avonden en Jasper was actief binnen de graffiti. Zo ook Niels Bakkerus, het broertje van René. Ik leerde Jasper en Niels vanuit de graffiti kennen. Eddy Acapulco was weer echt een muziekkenner. Hij is later ook onder die naam gaan draaien.” Maar hiphop was niet de enige bindende factor: “Natuurlijk speelde ook drank een grote rol. In die tijd was er niet zoveel te doen. LeBeat was aan zijn einde gekomen. Samplism deed alleen nog dingen met koninginnedag. René had zijn eerste stappen gezet met de Repel Hiphop-avonden. Eddy wist veel van de muziek. Er werd altijd over gepraat, het werd altijd gedraaid. Ook de graff hing daar tegenaan.”
De naam Biki90 wordt in januari 2005 geboren: “Niels moest een verjaardagscadeau hebben voor René. Hij brak een abri open en jatte een poster met een vrouw in bikini erop, met de tekst: “bikinitop € 7,90”. René hing dat aan de muur op de plek waar zijn klok hing. Die werd er weer overheen gehangen. De tekst die overbleef: “biki90″.” Zelf was Klim overigens niet aanwezig op het feest dat René bij zijn ouders in Nuenen gaf: “Midden in de nacht, op de terugweg naar Eindhoven, belden ze me lallend op: “Jij moet president worden van Biki90!” Ik stemde in, maar had geen idee waarover het ging. De dag erop kwam ik erachter wat er gebeurd was. Dat ik niet drink is ook een van de redenen dat ik president werd. Er zaten graff-lui bij, dus langzaamaan werd er Biki90 getagd en ineens werd het in alles wat we deden wel een keer geroepen.”
Diezelfde spontaniteit zien we terug in de dingen die Biki90 de jaren daarop organiseert: “Veel werd geboren uit domme shit, omdat we het leuk vonden. Op een gegeven moment had je die hype met fixed gear fietsen. Toen dachten wij: wij kunnen ook fietsen. Wamp Du Ville was geboren, een fietstocht. Niet op fixie’s, maar op gewone omafietsen en OV-fietsen. De eerste editie ging naar Zetten. Een plaatsje wat niemand van ons kende, waar niks te doen was. Tachtig kilometer, niemand had fietservaring. We kwamen samen in de Berenkuil en trapten aan. Posttassen vol bier, want we gingen ‘m daar even lekker zetten.”
Ook werden er feestjes georganiseerd in Area51 en op festivals als Solar, Mundial en Paperclip: “We gingen er altijd in met het idee van “We own the spot”. We deden de aankleding, ondanks dat het onderdeel van een ander feest was maakten we toch onze eigen flyer. We zetten een eigen line-up neer. Het uitgangspunt is dat we iets toevoegen wat je niet verwacht. Meestal zochten we een angle die wij met name heel leuk vonden. Of het nou een Bikibadabing Scarfeest in Area51 was waarbij meel door de lucht vloog alsof het coke was of een kantoorfeest waarbij voor 100 euro aan post-it’s werd gekocht.. een jaar later vonden ze deze nog steeds overal terug. Of we liepen rond in aftandse pakken van de kringloop met mobiele telefoons van de vlooienmarkt. We waren wat carnavalesk soms, maar tijdens de brainstorm over wat ons vet leek om te doen, werd niets geschuwd.”
“We noemden onszelf op een gegeven moment dan ook sfeermaakhooligans”, gaat Klim verder. “We waren best wel obnoxious, soms. Er waren partijen die ons irritant vonden, omdat we, hoewel dat niet onze intentie was, een party overnemen. Wat voor sommigen een plus- of juist een minpunt was: we waren altijd samen. Het was nooit één persoon die op een feestje binnenkomt, het was altijd een groep. Dat kan intimiderend werken. Er was ook gewoon niet zoveel te doen, dus het was ook niet altijd strictly hiphop. We kwamen bijvoorbeeld ook bij RedZone-feestjes of obscure avonden in de kelder van het Stroomhuis. Niels was eens gevraagd om een paar panelen te schilderen voor een studentenfeestje. Die gooiden een feest met 100 kratten bier. Ze hadden gevraagd of Niels ook kwam, dus daar stonden we met een mannetje of tien. De koelkast was tevens de tafel waarop de dj stond te draaien dus dat werd de spot waar we hingen. De dj draaide niet helemaal wat wij tof vonden, dus er werd gevraagd of hij ook andere platen had. Die had hij niet. Men voelde zich wat makkelijk geïntimideerd; we werden vriendelijk verzocht het feest vervroegd te verlaten. Wat dan overigens ook prima is.”
Tijdens carnaval organiseerde Biki90 het feest Thunderdommel: “Dat werd ieder jaar groter. Toen werden we gevraagd door de Effenaar, om het daar te doen. We wilden schuimmachines, dat mocht niet. De kans bestond dan dat de beveiliging het feest op de avond zelf zou cancelen omdat het te glad zou kunnen worden. Confettikanonnen dan. Dat was weer lastig in verband met de verlichting die er hing. Het alternatief was draaikokertjes met confetti. We boekten dj’s en hadden nog wat budget over. Daarvan huurden we een opblaasolifant die we midden in de zaal zouden zetten. Dat vond de Effenaar niet zo’n goed idee. De olifant kwam er wel, maar dan voor de deur. Uiteindelijk hadden we teleurgestelde gabbers omdat het toch geen gabberfeest was, we hadden vijftig man op de lijst waarvan niet eens iedereen kwam opdagen. Er zijn 35 kaarten verkocht, het was totaal niet rendabel. En toch werden we teruggevraagd. Daarvoor hebben we bedankt.” Lacht: “Dat kan toch niet? Je kunt ons toch niet meer terugvragen?”
