Graffiti

“Ik vind het juist heel verfrissend dat het geen regels heeft”

Johan Moorman over de professionalisering van graffiti

Het grafische werk van Johan Moorman doet, aldus zijn bio, denken aan de klassieke Arcade-games, Escher en een Lego-catalogus. Hij ontwierp voor de Rotterdamse Kunsthal en De Correspondent. Aanvankelijk was het voor Johan Moorman echter niet de bedoeling om van graffiti zijn beroep te maken: “Mensen hadden het wel eens over artiesten die het professioneel deden, dat vonden wij allemaal maar wack. Wij wilden gewoon ons eigen dingen doen en niet dat iemand vertelde welke kleuren je moest gebruiken of wat je moest maken. We waren vooral bezig onze naam te verspreiden. Het avontuur, de kick.”

Gaandeweg werd hij steeds vaker gevraagd om werk in opdracht te maken: “Dat deed je dan gewoon. Vooral toen ik rond 2000 naar de Willem de Kooning Academie ging in Rotterdam, ben ik er anders tegenaan gaan kijken. Meer vanuit kunstperspectief, als grafisch ontwerper. Ik heb ook steeds een haat-liefdeverhouding met graff gehad. Ik heb het een tijdje helemaal niet meer gedaan, ben toen veel meer met grafisch ontwerp bezig geweest. Wat ik daar had geleerd, paste ik later weer toe in graffiti. Het was meer over en weer. Dan ging ik letters ontwerpen op de academie en die ging ik dan weer spuiten. Als een hele gekke learning curve is dat gegaan.”

De graffiti-mentaliteit is altijd aanwezig gebleven: “Dingen als een eigen signatuur, dat vind ik erg belangrijk. Je eigen stijl ontwikkelen en niet teveel naar anderen kijken. Graffiti heeft voor mij weinig grenzen. Alle oppervlaktes, je kunt het overal op doen. Je past je aan aan de situatie, aan het object wat je spuit. Die mentaliteit vind ik goed om mee te nemen.” Op de academie verdiepte Johan zich in grafische vormgeving: “Ik had ook wel de kunstrichting willen doen, wat meer de autonome kant op, maar ik wilde het ook weer praktisch kunnen toepassen en wat geld kunnen verdienen. Dat is een pad dat door veel schrijvers wordt bewandeld. Er zat wel een grote graffiti-kliek.”

Als ontwerper begon Johan voor zichzelf: “Ik ben me in de breedte gaan ontwikkelen, ook met digitaal tekenen en ontwerpen. Ik heb een tijdje weinig graff gedaan. Op uitnodiging van Dave van den Berg voor Step In The Arena ben ik dat later weer gaan oppakken. Ik had een nieuw stijltje bedacht, een jaren ’80 Memphis-achtige stijl. Toen was ik ook meer met ruimtelijke dingen bezig. Toen kreeg ik er weer zin in, om meer graffiti te gaan doen.”

Zijn ontwikkeling als ontwerper leidde ertoe dat zijn graffiti-werk van een extra laag werd voorzien: “Op een gegeven moment vond ik het belangrijk om te communiceren met mijn publiek. Graff bestaat uit allemaal namen, het is egotrippen. Ik wilde meer een boodschap verkondigen, een verhaal vertellen. Dat is voor mij wel een belangrijke verandering geweest in hoe ik tegen graffiti aankijk.” Zodoende week hij af van de kaders die hij als jonge schrijver meekreeg: “Aanvankelijk wilde ik die boodschap helemaal niet kwijt. Het was gewoon ‘for certain people’ zei Skeme altijd. Alleen voor de scene. Dat hoefde voor mij op een gegeven moment niet meer. Dan wordt het een soort geloof waarin iedereen hetzelfde predikt. Ik vind het juist heel verfrissend dat het geen regels heeft. Alles mag gewoon, wat mij betreft.”