“Een vergunning hadden we eigenlijk nooit gehad”
Jan en Frank Glas over de illegale Samplism-feestjes
Bijna maandelijks organiseerde Samplism in de tweede helft van de jaren ’90 een feestje in een tunnel, in een kraakpand of midden in het bos: “In het begin van die feesten was het vooral voor de lokale vrienden en kennissen die we hadden”, vertelt Frank. “Het was net effe iets anders dan een Dynamo of een LeBeat, waar je ook weer met tijden zit; om vier uur moet het dicht.” Jan vult aan: “De locaties zijn leuk want iedereen kan een spuitbus pakken en de muur onderkalken. Er zijn niet echt regeltjes. Er waren ook geen toiletten. Er was ook geen beveiliging.” Er waren avonden dat de politie kwam aanrijden tijdens het opbouwen, informeerde en weer wegging. “Ze wisten een beetje wat we deden”, zegt Jan. “Het ging al twee en een half jaar redelijk goed. Het was een lange zomer met mooi weer. We gingen van tweemaandelijks naar een keer in de maand. Ik bedoel, we zijn allemaal lowlifes weet je wel, allemaal gasten die geen geld hebben. Allemaal gasten die niet op vakantie kunnen, dus die zitten heel de zomer zo van: wat gaan we doen, weet je. We kennen wel iedere maand een keer een feestje doen ergens. We gingen eens in het grasveld voor het Evoluon zitten, waar iedereen je ziet in plaats van ergens een fietstunneltje achteraf in Veldhoven. Op een gegeven moment ga je je grenzen opzoeken, tot hoe ver kun je het flikken?”
“Toen kwamen we best wel met veel dingen weg”, beaamt Jan. “De politie kwam altijd wel even kijken en er kwam altijd wel een gesprekje zo. Dan werd er een afspraak gemaakt dat we om 04:00 zouden ophouden en dat we onze rotzooi op zouden ruimen.”
“Als je die afspraak dan nakwam,” licht Frank toe, “weet je dat je er, als je die man de volgende keer ook treft, al sneller mee weg kwam.”
In ’99 kraakt Frank een oude shoarmatent op het Stratumseind. Deze wordt omgedoopt tot galerie, legt hij uit: “Boven woonden Jan en ik. Beneden hebben we met de eigenaar een regeling getroffen. Daar hebben we toen de Shoarmagalerie van gemaakt waar we lokale graffiti-schrijvers en kunstenaars een plek konden bieden. Phet en Jungle hebben daar verschillende exposities georganiseerd. Dat is eigenlijk altijd onze drijfveer geweest, mensen een podium bieden: Wat doe je? Wij hebben plak. Ga je gang.” Dat geldt, stelt Jan, voor alle disciplines: “Dat is hiphop. Wij hadden graffitischrijvers, exposities, er lagen altijd wel twee plaatjes aan elkaar geplakt met een stuk tape om op te kunnen dansen.”
In de late jaren ’90 was Samplism op Koninginnedag steeds wel ergens met een soundsystem te vinden. Eerst haakten ze aan bij het evenement van Walter van Beek en CazOne bij hun winkel Emotion voor de deur. Daarna volgde een editie op de Bergstraat. In 2000 sloten zich wat organisaties aan, vertelt Jan: “Er deden wat techno-organisaties mee, die kwamen bij ons in de buurt staan. Wij stonden in de Shoarmagalerie. De muren er tegenover konden we allemaal doen. Er stonden trappen en steigers. We hadden toestemming van de pandeigenaar, we hadden alleen geen vergunning.”
Frank lacht: “Die hadden we eigenlijk nooit gehad. We kwamen er al jaren mee weg.”
“Toen kwamen we er dus niet mee weg”, zegt Jan. “De politie vroeg om onze vergunning. Die hadden we niet. We stonden gewoon in onze woonkamer. Boven in het raamkozijn stonden we met onze dj-tafels.”
Frank: “We hadden de ramen eruit geschroefd. De dj naar buiten gericht. Maar alles stond binnen, dus ik had zoiets van: het staat in mijn huis. Het geluid staat toevallig erg hard.”
“Buiten werden muren gespoten,” illustreert Jan, “er lag een breakdancevloer en er was een podium. Maar het grote probleem was dat we blikken bier aan het verkopen waren. Daar hadden we dus ook geen vergunning voor. Dan zit je op Stratumseind en daar zitten een hoop kroegen in de buurt die zich wel aan de regels moeten houden terwijl wij blikken verkopen. Dat vinden ze niet cool, dus ze zullen er wel een probleem van gemaakt hebben. Toen kwam de politie en hebben we gezeik gehad. Toen kwam ook de ME met honden en paarden, die hebben het toen platgelegd.”
Voor Jan en Frank was dat echter geen reden om het feestje op te doeken: “Kom maar met een huiszoekingsbevel. Je komt er niet zomaar in. Daar kwamen ze dus wel mee. Dus. Feestje platgelegd. Paar mensen opgeladen.”
“Wij”, lacht Frank.
“Onder andere”, beaamt Jan. “Onze spullen werden in beslag genomen. Die geluidsinstallatie hadden we de volgende dag wel terug, maar die bakken platen van een paar jongens, daar hebben ze wel een jaar op zitten wachten. Ja, dat was eigenlijk het einde van Samplism met illegale feestjes doen.”
De aanvaring tussen Samplism en de politie op Koninginnedag 2000 betekende het einde van de illegale feestjes. Tegelijkertijd opende dit een deur naar de gemeente, legt Jan uit: “De politie gedoogde niet meer maar adviseerde met de gemeente te gaan praten. Daar zat toen Tinus Kanters, die oude rot van Dynamo. Die trok ons aan de mouw om eens te komen praten: “Kom maar met leuke ideeën en dan kijken we wat mogelijk is.”” En zo geschiedde: er volgden legale graffiti-jams in de Berenkuil en programma’s op vergunning tijdens Koninginnedag in de jaren erna. Een periode van veranderende verhoudingen tussen de gemeente en de hiphop-community was daarmee ingeleid.
